Japans papier scheppen:

Omstreeks de 8e eeuw (tussen 700 en 800 na Christus) na Christus leerde ze in Korea en Japan hoe ze papier moesten maken. Daar waar de westerse methode (zie zelf papier scheppen) is gebaseerd op snel en veel terwijl de Japanse methode echt op het ambachtelijke berust. Hier wordt de Japanse methode van papier scheppen aan de orde gebracht.

Video van een Japanse papier schepper:

Rogier Uiterboogaard is een Nederlandse papiermaker die al jaren in Japan woont en zich daar gespecialiseerd heeft in het maken van Japans Washi paper. In de video legt hij uit hoe.

De papierpulp:

Japanse papierpulp bestaat (net zoals als de westerse methode) uit plantaardige vezels. Meestal is dit van de bast vezels van Moebei, kozo en mitsomata. De bast vezels worden gekookt en bewerkt tot papierpulp.

De schepkuip:

In Japan gebruiken ze meestal een grote bak met een tentakel erboven. De westerse methode is 1 keer scheppen terwijl de Japanse methode meerdere lagen (meerder keren scheppen is). Dit is veel intensiever vandaar de tentakel.

Het schepraam:

Ook het Japanse schepraam is anders. De zeef is een matje gevlochten bamboe stokjes. Er is geen deksel aanwezig.

Het scheppen:

Nadat het papier geschept is wordt het papier voorzichtig op elkaar gelegd. Door gebruik van een toevoeging in de vorm van sap van een wortel blijft het papier niet aan elkaar plakken.

Het drogen:

Het natte papier wordt op platen “geplakt” en buiten in de zon te drogen gezet. Mocht het niet lukken met de zon dan wordt de plaat verwarmt waardoor het water verdwijnt.

Nabewerking:

Na het drogen met de lucht is het papier nooit mooi vlak. Door het papier weer terug te brengen onder de pers en deze een aantal uren zo te laten staan, wordt het papier mooi vlak. Het papier wat door middel van warmte gedroogd is, behoeft over het algemeen geen nabewerking.